Regionaal Archief Zutphen

Archieven van de gemeenten Brummen, Lochem en Zutphen

Zoeken door alles

Informatiebladen

voorouders.jpg

Dit informatieblad geeft weer wat akten van indemniteit zijn en welke akten er bij het Regionaal Archief Zutphen te vinden zijn. Ook leest u meer over de aard van de akten en hun ontwikkeling in de regio Brummen, Lochem en Zutphen.

  1. Wat zijn akten van indemniteit?
  2. Maatregel tegen vreemden, landlopers en bedelaars
  3. De akten door de jaren heen
  4. Wat vindt u in de akten van indemniteit?
  5. Welke akten van indemniteit heeft het RAZ?
  6. Valkuilen bij het onderzoek
  7. Literatuur en websites

1. Wat zijn akten van indemniteit?

Armenzorg was vóór de invoering van de verschillende armenwetten in de negentiende eeuw geen vanzelfsprekende zaak. Er waren nauwelijks sociale voorzieningen en wanneer bewoners van steden in armoede vervielen, kwamen de kosten voor het verzorgen van deze armen vaak voor rekening van het stadsbestuur en de plaatselijke diaconie. Uiteraard was dit een grote last voor de steden, met name wanneer er sprake was van een grote toestroom van (mogelijk) armlastigen. Om dit tegen te gaan vroegen steden aan nieuwkomers vaak een zogenaamde akte van indemniteit of borgbrief. In deze akte gaf de diaconie of het bestuur van de plaats van herkomst de garantie dat zij zorg zouden dragen voor de betreffende persoon indien hij of zij tot armoede zou vervallen. Zonder deze akte kregen mensen geen toestemming in de stad te gaan wonen. Welgestelden, seizoensarbeiders en militairen hoefden geen akten van indemniteit te overleggen.

Met name aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw was het gebruikelijk dat steden om een akte van indemniteit vroegen. Soms maakten steden onderlinge afspraken over hoe ze met arme inwoners zouden omgaan. Andere steden weigerden simpelweg dergelijke akten af te geven. Voor Almen, Lochem en Zutphen zijn er in beperkte mate akten bewaard gebleven.

2. Maatregel tegen vreemden, landlopers en bedelaars

De eerste vermelding van maatregelen tegen de toestroom van vreemden naar de stad Zutphen, staat in het Memoriën en Resolutieboek van 1595. Iedere vreemde moet zich binnen acht dagen melden bij het gericht. In 1600 wordt duidelijk gemaakt dat vreemden en bedelaars niet langer dan één nacht worden getolereerd. Gedurende de zeventiende eeuw worden de regels aangescherpt: ook aan Zutphenaren die onderdak verlenen aan vreemdelingen wordt boetes opgelegd. In de rubriek 'Admissien en Permissien tot inwooninge alhier' vinden we een gering aantal verzoeken tot inwoning, waarvan slechts sporadisch iemand toestemming krijgt zich te vestigen. Meestal bezat diegene bewijs van zijn/haar afkomst uit Zutphen, of verklaarden zij geen beroep te doen op de armenzorg. Dat ook Lochem dergelijke problemen kende, blijkt onder andere uit een afkondiging van het stadsbestuur uit 1691, waarin wordt geëist dat alle "armoedige en twijfelachtige personen" die zich zonder toestemming van de magistraat bij mensen in huis bevinden, binnen zes weken weg moeten zijn. De boete bedraagt 25 goudguldens.

Er zijn geen Lochemse akten van indemniteit bewaard gebleven uit de zeventiende eeuw, hoewel dat natuurlijk niet wil zeggen dat ze niet zijn afgegeven. Voor Zutphen is duidelijk hoe dat komt. In een resolutie d.d. 18 januari 1751 staat het volgende: 'Declaratoir van de Magistraat, dat tot hier aan toe niet gewoon zijn geweest van vreemde personen, zig hier willende nederzetten, te vorderen acte van indemniteit...". Ook het afgeven van een dergelijke akte aan vertrekkende personen, was tot dan in Zutphen ongebruikelijk. Dat ze ook niet zaten te wachten op verandering, blijkt de jaren erop. Er worden wel certificaten afgegeven, het afgeven van akten van indemniteit is "tegen de constante gewoonte".

Het kwam vaker voor dat een stad of diaconie geen akten van indemniteit wilden afgeven. Zo mocht de diaconie van Hall op last van het ambt Brummen in 1773 geen "guarantie" afgeven aan personen die naar elders vertrokken. Brummen had wel een zogenaamde armenjager aangesteld, waarvoor de magistraat in 1767 een instructie opstelde. De armenjager werd in veel steden aangesteld om de overlast door landlopers en bedelaars te beperken. In Brummen werd hij geïnstrueerd landlopers, schooiers en bedelaars uit het ambt te verdrijven "met matige belediging des lichaems". Voor de plaatsen Almen, Gorssel, Vorden en Warnsveld was één armenjager aangesteld. In het RAZ berusten alleen akten van indemniteit uit Almen.

3. De akten door de jaren heen

Aan het einde van de achttiende eeuw vond er onder invloed van de Franse overheersing toenemende centralisatie van het bestuur plaats. Ook Zutphen moest toen akten van indemniteit gaan afgeven. Van 1789 tot 1812 vinden we gestructureerd akten van indemniteit van binnenkomende vreemdelingen. In Lochem was men al in 1765 begonnen met de administratie. Daar werden ook in ieder geval vanaf dat jaar akten van indemniteit afgegeven. In Zutphen zijn er geen afgegeven akten bewaard gebleven.

In de negentiende eeuw nam de invloed van de centrale overheid alleen maar toe. In 1803 werd er een reglement afgegeven door het Departementaal Bestuur van Gelderland waarin werd vastgesteld waaraan een akte van indemniteit moest voldoen. Enkele bepalingen waren:

  • Termijn van geldigheid werd vastgesteld op 7 jaar, tenzij degene reeds bedeeld was, dan bleef de akte geldig voor het leven.
  • Een akte was niet nodig voor dienstbodes (zonder kinderen) en seizoensarbeiders. Wanneer dienstboden of seizoensarbeiders trouwden moesten ze wel een akte overleggen uit hun geboorteplaats of de plaats waar zij de laatste zeven jaar woonachtig waren. Dit mocht niet geweigerd worden.
  • Er werd geen akte afgegeven bij verhuizingen naar een ander departement. Er werd een akte verlangd van iedereen die van buiten het departement naar Gelderland verhuisde. De magistraat moest de akten noteren in een boek.
  • Binnen drie weken na de verhuizing moest je de akte laten zien aan de magistraat of uitleggen waarom je hem niet had, op straffe van een maximale boete van vijf gulden en ontzegging van inwoning in de stad.
  • De magistraat moest de akte na binnenkomst doorsturen naar het armenbestuur.

Dit reglement lijkt invloed te hebben gehad op manier waarop steden met de akten van indemniteit omgingen, want in 1803 zien we in Almen, Lochem en Zutphen een duidelijke hernieuwde nauwkeurigheid in de administratie. Van lange duur was dit echter niet. In 1811 werd landelijk de zogenaamde Wet op het Domicilie van Onderstand ingevoerd. Deze wet bepaalde dat de geboortegemeente de onderstandsgemeente was, tenzij men naar een andere gemeente trok: deze werd dan na een jaar onderstandsgemeente. Een wet in 1818 verlengde deze periode tot vier jaar. De akten van indemniteit werden daarmee afgeschaft.

4. Wat vindt u in de akten van indemniteit?

In de akten staan in ieder geval de naam van de persoon die de akte heeft aangevraagd, de plaats van herkomst (soms is dit tevens de geboorteplaats) en de plaats van bestemming. Doordat de akten informatie bevatten over de verhuizing van personen, kunnen ze waardevol zijn voor onder meer genealogisch onderzoek. Aan de kerkelijke instantie die zich garant stelde voor de eventuele kosten uit de armenkas kan de geloofsovertuiging vaak worden afgeleid. In een enkel geval stelt een particulier zich garant voor de onkosten. Andere gegevens die men er regelmatig in kan vinden zijn de namen van de partner en eventuele kinderen, en in latere akten ook een geldigheidsbeperking. Het bestuur van de ontvangende plaats noteerde meestal het jaartal van binnenkomst op de akte.

5. Welke akten van indemniteit heeft het RAZ?

Akten van Indemniteit bij het RAZ
PlaatsBeschrijvingPeriodeArchief en inv. nr.
Almen Register van binnengekomen en afgegeven akten 1803-1818 5069-131
Lochem Binnengekomen akten 1792-1800 1001-941
Lochem Afgegeven akten 1765-1794 1001-941
Lochem Binnengekomen akten 1803-1813 1001-943
Lochem Afschriften van binnengekomen akten 1803-1810 1001-944
Zutphen Binnengekomen akten 1789-1795 0001-857
Zutphen Register van binnengekomen akten 1803-1812 0001-858

Van Brummen, Gorssel, Laren, Lochem en Warnsveld zijn geen akten bekend.

In de collectie Voorouders kunt u de akten van indemniteit op naam doorzoeken. Ook andere bronnen in deze collectie bieden mogelijk informatie over uw voorouders. Bekijk de actuele inhoudsopgave voor een overzicht van de geïndexeerde bronnen. Ook zijn de aanwezige akten zijn digitaal gekoppeld aan de beschrijving in de inventaris (zie tabel hierboven).

6. Valkuilen bij het onderzoek

Denk bij uw onderzoek aan het volgende:

  • Rijke mensen, militairen, dienstbodes en seizoensarbeiders hadden geen akte nodig om naar een andere stad te verhuizen.
  • Voor 1803 bestonden er geen vaste regels voor het opstellen van een akte van indemniteit: de gegevens kunnen dus per akte heel erg verschillen en dikwijls onvolledig zijn.
  • Het ontbreken van een akte voor een persoon hoeft niet te betekenen dat diegene niet naar de betreffende stad is verhuisd.

7. Literatuur en websites

  • Rob van Drie, Nico Plomp en Aad van der Tang, Genealogie, van stamboom tot familiegeschiedenis (Utrecht/Den Haag 1988).
  • Brord van Stralen, Jeroen Kummer en Freek Pereboom (red.), Lezen in Geldersen Overijsselse bronnen. Gids bij oud schrift in Gelderland en Overijssel (Kampen 1998).
  • M.H.D. van Leeuwen, Cahiers voor lokale en regionale geschiedenis. Sociale zorg (Zutphen 1994).
  • J.W.G. Netelbeek, Akten van indemniteit (2005).
  • Website van de Nederlandse Genealogische Vereniging.

Contactgegevens

Spiegelstraat 13-17
7201 KA Zutphen
telefoon: 14 0575 (kengetal niet nodig)
e-mail: regionaalarchief@zutphen.nl

 

 

Openingstijden

Dinsdag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur.

Werkgebied

kaartje